NFK DokuWiki

Εν οίδα ότι ουδέν οίδα

User Tools

Site Tools


opo:nl:ba1:sem2:wetenschapsfilosofie

Epistemologie en wetenschapsfilosofie

Vakbeschrijving

KULeuven Vakpagina

Sinds 2020-2021 zijn epistemologie en wetenschapsfilosofie geen aparte vakken meer, maar samengevoegd. Dit vak wordt gegeven door Stefaan Cuypers. (Zie DokuWiki pagina Epistemologie

Academiejaar 2010-2011 gegeven door Helen De Cruz, daarna door Jan Heylen.

Jan Heylen doet in het midden van het semester (rond de paasvakantie) een tussentijdse toets (meerkeuze met giscorrectie) voor 25% van de punten. In juni is dan het schriftelijk examen (3 open vragen) dat meetelt voor 75% van de punten. Als je een korte paper schrijft over een wetenschapsfilosofisch onderwerp, mag je die paper tijdens het examen inzetten ter vervanging van één van de drie vragen.

Studiemateriaal

Niet meer up to date door samenvoegen van epistemologie en wetenschapsfilosofie.

  • Handboek: Jan Heylen, Over wetenschappelijk denken, Leuven: Acco, 2021 (tweede editie).
  • Slides met interactieve quizjes

Handig extra leesvoer:

  • “The structure of scientific revolutions: outline and studyguide” door Frank Pajares
  • “Understanding Philosophy of Science” van James Ladyman.

Opinies

“Zeer analytische (logische) benadering van de zaak; lessen zijn vaak droge theorie en niet zo aangenaam om uit te zitten. De prof doet wel zijn best en is een sympathieke man.”
“De slides volstaan om het examen op een goede manier te kunnen afleggen. De 'very short introduction' kan extra ondersteuning bieden, maar komt in essentie overeen met wat op de slides staat (maar dan in het Engels…)”
“Het open vragen examen stelt over elk behandeld blok één vraag, geen paniek dus als je een onderdeel minder goed begrijpt!”

Downloads

Examenvragen

2019-2020 (Jan Heylen)

Meerkeuze (opmerking: de losse opties staan er niet altijd bij, omdat dat te veel was om te onthouden)

  • Geef het empirische argument voor het heliocentrisme van Galilei.
  • Hoe verklaart Aristoteles de beweging van regen die recht uit de lucht naar beneden valt?
  • Welke wetenschappelijke theorie past bij het mechanisch wereldbeeld?
  • Wanneer een onzichtbaar dier tekeningen maakt in zand dat op de grond ligt, is dat dan een teken van:
    • a) observatie
    • b) detectie
    • c) verificatie
    • d) enumeratieve inductie
  • Wat betekent het wanneer een hypothese direct falsifieerbaar is?
  • Wat wordt ​niet​ bepaald door de methode van directe verificatie en falsificatie?
    • a) de waarheid van universeel gekwantificeerde hypothesen
    • b) de onwaarheid van universeel gekwantificeerde hypothesen
    • c) de waarheid van existentieel gekwantificeerde hypothesen
    • d) de onwaarheid van existentieel gekwantificeerde hypothesen
  • Waartoe kan deductieve logica geherinterpreteerd worden?
  • Welke interpretatie van waarschijnlijkheid laat het niet toe om aan een algemene wet een niet-extreme waarschijnlijkheid toe te kennen?
    • a) ontoelaatbaar
    • b) eindig frequentisme
    • c) klassiek
    • d) subjectief
  • Waarom is er geen conclusief bewijs voor de hypothese dat alle natriumcarbonaat goed oplosbaar is in water?
  • Welke factoren in de crisis heb je bij de Bayesiaanse diagnose van de replicatiecrisis?
    • hoge/lage waarschijnlijkheid van een negatief/positief resultaat, en een hoge/lage prior (je moet telkens kiezen welke optie juist is)
  • Van welke twee theorieën is de schijf van Pointcarré een illustratie en hoe verhouden ze zich tot elkaar
    • a) ze zijn wel empirisch equivalent; ze doorstaan wel de toets van het scheermes van Ockham
    • b) ze zijn niet empirisch equivalent; ze doorstaan wel de toets van het scheermes van Ockham
    • c) ze zijn wel empirisch equivalent; ze doorstaan niet de toets van het scheermes van Ockham
    • d) ze zijn niet empirisch equivalent; ze doorstaan niet de toets van het scheermes van Ockham
  • Door welk probleem wordt de identiteitstheis over voorspellingen en verklaringen ondermijnd?
    • a) accidentele generalisaties b. ceteris-paribus-wetten
    • b) symmetrie
    • c) relevantie
  • Wanneer is het volgens Popper aanvaardbaar om bij indirecte falsificatie de schuld te geven aan een hulphypothese, en deze te vervangen door een nieuwe hypothese?
  • Aan welke voorwaarden moet deze nieuwe hypothese voldoen? 14. Wanneer is een hypothese wel/niet strikt falsifieerbaar?

Open vragen

  • Het inductieprobleem stelt zich ook voor de Bayesiaanse conformatietheorie. Leg dit in jouw eigen woorden bondig uit.
  • Waarom is causale afhankelijkheid asymmetrisch? Leg ook uit wat causale afhankelijkheid is en wat er bedoeld wordt met ‘asymmetrisch’.
  • Welk probleem met het falsificationisme van Popper als demarcatiecriterium helpt het falsificationisme van Lakatos op te lossen? Leg bondig uit.

2014-2015 (Jan Heylen)

Vooraf: het examen is opgebouwd rond 'stellingen' en je moet antwoorden met 'juist' of 'niet juist' + argumenteren.

  • Redeneringen. Een hypothese uit een ontwikkeld wetenschapsgebied kan bijna nooit gefalsifieerd worden.
  • Verklaringen. Verklaringen van particuliere feiten op basis van universele wetten of statistische wetten zijn structureel identiek aan voorspellingen van die feiten.
  • Realisme. Het argument vanuit zwakke onderdeterminatie kan bekritiseerd worden met behulp van abductie. (Geef eerste het argument weer.)
  • Revolutie. Kuhns argument voor observationele incommensurabiliteit klopt. (Geef eerst het argument weer.)
  • Pseudowetenschap. Lakatos’ notie van falsificatie is historisch en relationeel.
  • Ruimte. De realistische stellingname ten opzichte van absolute ruimte, zowel in het algemeen als in het bijzondere geval van Newton is verzoenbaar met het empirisme.
  • Redeneringen. Disconfirmatie is falsificatie. (Geef onder meer de definities van beide concepten.)
  • Verklaringen. Men kan irrelevanties in D-N en I-S verklaringen opvangen door causaliteit in rekening te brengen.
  • Realisme. Inductief scepticisme kan ondersteund worden door middel van het argument vanuit zwakke onderdeterminatie. (Geef onder meer het argument weer.)
  • Revolutie. Volgens Kuhn is methodologische incommensurabiliteit hinderlijk voor wetenschappelijk onderzoek tijdens een wetenschappelijke crisis. (Leg ook uit wat methodologische incommensurabiliteit inhoudt.)
  • Pseudowetenschap. Poppers demarcatiecriterium is te zwak voor de identificatie van pseudowetenschap maar ook te sterk voor de identificatie van wetenschap. (Geef ook het criterium weer.)
  • Ruimte. Leibniz’ gedachtenexperiment van de locatieverschuiving is een rationalistisch argument. (Geef ook het gedachtenexperiment weer.)

2011-2012 (Jan Heylen)

  • Leg uit incommensurabiliteit + geef een voorbeeld
  • Wat is de hypothetisch - deductieve methode
  • Wat voor probleem veroorzaakt de paradox van Goodman
  • Vergelijk Popper met Lakatos
  • Leg uit: degeneratief onderzoeksprogramma
  • Leg uit: Falsificationisme en bespreek de relatie met het probleem van inductie
  • Vergelijk de HD- confirmatie theorie met Khun
  • Vergelijk het logisch empirisme en het constructief empirisme
  • Wat is verificatie?+vb
  • Is de Bayesiaanse confirmatietheorie een oplossing voor het probleem van inductie?
  • Vergelijk Hypothetisch-deductieve confirmatietheorie met het falsificationisme.
  • Wat is falsificatie + vb
  • Wat is de hypothetico-deductieve methode? Wat is het probleem van irrelevante conj/disj? + vb
  • Wat is de Logisch Empiristische opvatting over wetenschappelijke theorieën?
  • Wat is het probleem van theoriegeladen observaties? + vb
  • Vergelijk de Bayesiaanse confirmatietheorie met de opvatting van Kuhn over evolutie en rationaliteit van de wetenschappen.
opo/nl/ba1/sem2/wetenschapsfilosofie.txt · Last modified: 09-07-2021 11:29 by nfk