NFK DokuWiki

Εν οίδα ότι ουδέν οίδα

User Tools

Site Tools


opo:nl:ba1:sem2:philosophy_of_mind

Wijsgerige psychologie

Vakbeschrijving

KULeuven Vakpagina

Tot 2020 heette dit vak Philosophy of Mind (PoM). Het is nu veranderd in Wijsgerige psychologie.

Het belangrijkste onderwerp is het geest-lichaam-probleem (mind-body-problem).

Opgelet: dit vak werd in 2011-2012 gegeven door Pieter Adriaens, voorheen (en nadien) Prof. Cuypers. Opgelet met de schema's en downloads hieronder dus.

Studiemateriaal

Opinies

“Ook weer veel interessanter dan je zou denken. Laat je niet afschrikken door de symbooltjes in de cursus, dit vak is echt wel te doen. Drie uur Cuypers, ook al heb je soms zoiets van, 'ik had beter thuis wat aan dit vak zitten werken', een les Cuypers is puur entertainment. Goed gevonden grappen en woordspelingen. En Cuypers slaagt er toch maar elke les weer in om je een hele week over het mind-body problem te laten nadenken.” (2010-2011)
“Onderschat het multiple choice examen niet! Als je de verschillende theorieën goed gestudeerd hebt, dan is het zeker te doen. Cuypers' schema's zijn hier ideaal studiemateriaal voor.”
“De zelfstudie van D. Dennett neemt behoorlijk wat tijd in beslag in proportie met het aantal te verdienen punten op het examen. (2014-2015)”

Downloads

Taxonomie van de behandelde theoretische beschouwingen

(Hoewel misschien niet helemaal up-to-date, toch wel interessant.)

  • Dualisme
    • Substantie-Dualisme
      • Interactionistisch: CID (Descartes)
      • Niet-Interactionistisch: Occasionalisme (Malebranche) & Parallisme (Leibniz)
    • (Niet-Substantieel) Eigenschapsdualisme
      • Interactionistisch: Emergentisme
      • Niet-Interactionistisch: Epifenomalisme (Santayana)
  • Monisme
    • Materialistisch Monisme = Fysicalisme
      • Eliminatief/Hard Materialisme (Paul & Patricia Churchland)
      • Reductionistisch Fysicalisme
        • Perifeer: Behaviorisme (Ryle)
        • Centraal: Type-Fysicalisme of Identiteitstheorie (Armstrong)
      • Niet-reductionistisch: Functionalisme of Superveniëntie (Jaegwon Kim)
        • Turing-Machine Functionalisme (Putnam)
        • Causale Rol Functionalisme (Armstrong, Lewis)
    • Idealistisch Monisme (Berkely)

Examenvragen

2006-2007 (Stefaan Cuypers)

  • In vergelijking met M-predikaten zijn Strawsons P-predikaten speciaal omdat ze toestanden toeschrijven die
    • spiritueel of immaterieel zijn
    • spatiaal of ruimtelijk uitgebreid zijn
    • bewust of intentioneel zijn
    • publiek of zintuiglijk toegankelijk zijn
  • Beschouw deze twee ontologische geest-lichaam vragen:
    I. Bestaan er mentale eigenschappen?
    II. Hebben mentale eigenschappen een immateriële natuur. Het is onjuist dat:
    • substantie-dualisten antwoorden: “ja” op I en “ja” op II
    • eigenschapsdualisten antwoorden: “ja” op I en “ja” op II
    • eliminatieve materialisten antwoorden: “neen” op I en “neen” op II
    • verzoenende materialisten antwoorden: “neen” op I en “neen” op II
  • Eén van de onderstaande 4 elementen past niet binnen het kader gevormd door de andere 3. Welke?
    • psychische eigenschappen worden louter negatief bepaald als niet-fysische eigenschappen
    • het scheermes van Ockham
    • de geest is ondeelbaar
    • onwetenschappelijke theorievorming
  • Wat blijft er over wanneer ik van het feit dat ik mijn arm optil het feit aftrek dat mijn arm omhoog gaat?
    • een lichamelijke beweging
    • een intentie
    • een spiercontractie
    • een handeling
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. Volgens Descartes' causaliteitsprincipes is perceptie in het interactionistisch dualisme onmogelijk want het mentale heeft een hogere realiteitsgraad dan het fysische.
    II. Volgens Humes causaliteitsprincipes is perceptie in het interactionistisch dualisme onmogelijk want het mentale doorbreekt het causaal gesloten-zijn van het fysische.
    • I en II zijn beide juist
    • I is juist en II is onjuist
    • I is onjuist en II is juist
    • I en II zijn beide onjuist
  • De these dat de co-variatie van psychische en fysische eigenschappen op tijdstip t verklaard wordt door de causaliteit tussen psychische en fysische eigenschappen op tijdstip t hoort thuis in het
    • interactionisme
    • occasionalisme
    • parallellisme
    • eliminativisme
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. Tandpijn hebben is een representationele mentale gebeurtenis.
    II. Hopen dat de zon schijnt, is een intrinsiek bewuste mentale toestand.
    • I en II zijn beide juist
    • I is juist en II is onjuist
    • I is onjuist en II is juist
    • I en II zijn beide onjuist
  • Volgens Brentano is elk mentaal fenomeen gekarakteriseerd door
    • fenomenale inexistentie
    • transcendente objectiviteit
    • intentionele inexistentie
    • kwalitatieve objectiviteit
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. Volgens het idealistisch monisme bestaan fysische eigenschappen niet onafhankelijk van psychische eigenschappen.
    II. Volgens het materialistisch monisme bestaan fysische eigenschappen onafhankelijk van psychische eigenschappen.
    • I en II zijn beide juist
    • I is juist en II is onjuist
    • I is onjuist en II is juist
    • I en II zijn beide onjuist
  • Een van de onderstaande 4 begrippen past niet binnen het kader gevormd door de andere 3. Welk?
    • token-identiteitstheorie
    • behaviourisme
    • eliminativisme
    • type-identiteitstheorie
  • Volgens het eliminatief materialisme
    • kunnen psychische eigenschappen door fysische eigenschappen veroorzaakt worden
    • kunnen psychische eigenschappen tot fysische eigenschappen gereduceerd worden
    • kunnen fysische eigenschappen door psychische eigenschappen veroorzaakt worden
    • kunnen psychische eigenschappen niet tot fysische eigenschappen gereduceerd worden.
  • Welk begrip is karakteristiek voor de theorie van het behaviourisme?
    • causale propositie
    • zuivere dispositie
    • de in een zwarte doos gevatte geest
    • token-identiteit
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. Volgens het behaviourisme bestaat er een conceptuele of logische band tussen propositionele attitudes en handelingen.
    II. Volgens de identiteitstheorie zijn redenen geen oorzaken.
    • I en II zijn beide juist
    • I is juist en II is onjuist
    • I is onjuist en II is juist
    • I en II zijn beide onjuist
  • De “is” in de centrale stelling van de identiteitstheorie - een mentale toestand “is” een neuro-fysiologische toestand - is
    • a priori en analytisch
    • a priori en synthetisch
    • a posteriori en analytisch
    • a posteriori en synthetisch
  • De psychologische generalisatie van de Folk Psychology die zegt dat “indien een persoon verlangt dat p, en de overtuiging heeft dat p alleen dan bewerkstelligd wordt wanneer hij Q doet, dan zal deze persoon, gegeven dat hij geen sterkere conflicterende verlangens heeft, ook Q doen” is
    • een strikte psycho-fysische wetmatigheid
    • een ceteris paribus psycho-psychische wetmatigheid
    • een strikte psycho-psychische wetmatigheid
    • een ceteris paribus psycho-fysische wetmatigheid
  • Wat hoort niet thuis in het volgende rijtje?
    • buitenaardse intelligentie
    • neurofysiologische toereikendheid
    • autonomie van de Folk Psychology
    • verschil in causale hersengeschiedenis
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. Volgens het type-fysicalisme bevinden alle personen met type-tandpijn 'Auw' zich niet noodzakelijk in dezelfde type-hersentoestand 'Bing-Bang-Bong' (= type-X-neuronen in electro-chemische type-toestand Y-Z).
    II. Volgens het token-fysicalisme bevinden sommige personen met type-tandpijn 'Auw' zich in type-hersentoestand 'Bing-Bang-Bong'(= type-X-neuronen in electro-chemische type-toestand Y-Z), terwijl sommige andere personen met dezelfde type-tandpijn 'Auw' zich in type-hersentoestand 'Ding-Dang-Dong' (= type-E-neuronen in electro-chemische type-toestand F-G) bevinden.
    • I en II zijn beide juist
    • I is juist en II is onjuist
    • I is onjuist en II is juist
    • I en II zijn beide onjuist
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. “Persoon X heeft type-hoofdpijn H” betekent dat “X zich in type-hersentoestand 'Tsjing-Tsjang-Tsjong' (= type-X-neuronen in electro-chemische type-toestand Y-Z) bevindt”.
    II. “Persoon X heeft token-hoofdpijn h” betekent dat “X zich in token-hersentoestand 'tsjing-tsjang-tsjong' (= token-x-neuronen in electro-chemische token-toestand x-z) bevindt”
    • de type-identiteitstheorie bevestigt zowel I als II
    • de type-identiteitstheorie bevestigt I en ontkent II
    • de type-identiteitstheorie ontkent I en bevestigt II
    • de type-identiteitstheorie ontkent zowel I als II
  • Beoordeel deze twee stellingen op hun juistheid:
    I. Volgens de empiristische bundel-theorie is persoonsidentiteit een kwestie van alles-of-niets omdat volgens deze theorie persoonsidentiteit geheel en al geconstitueerd wordt door mentale continuïteit. \ II. Volgens de metafysische Ego-theorie heeft een persoon een identiteit in losse en populaire zin omdat deze theorie het “common sense” concept van persoonsidentiteit rationeel rechtvaardigt
    • I en II zijn beide juist
    • I is juist en II is onjuist
    • I is onjuist en II is juist
    • I en II zijn beide onjuist
  • De these dat persoonsidentiteit niets anders is dan niet-vertakte mentale continuïteit (en verbondenheid) is een conclusie getrokken uit het gedachtenexperiment van
    • de persoonsverwisseling
    • de verdubbeling
    • het spectrum
    • de geestelijke overdracht
opo/nl/ba1/sem2/philosophy_of_mind.txt · Last modified: 09-07-2021 11:18 by nfk