NFK DokuWiki

Εν οίδα ότι ουδέν οίδα

User Tools

Site Tools


opo:nl:ba1:sem1:logica

Logica

Vakbeschrijving

Studiemateriaal

  • W. De Pater & R. Vergauwen, Logica: formeel en informeel, Leuven (Universitaire Pers), 1992, 327 p.
  • Extra hoofdstuk modale logica, te verkrijgen bij de cursusdienst
  • Slides met oplossingen van oefeningen tijdens het werkcollege

Opinies

“Leuk vak van de meest entertainende prof. Les gaat wel een beetje traag soms, maar al bij al je aanwezigheid waard. Jammer genoeg is het examen totaal idioot: het reproduceren van tig definities en stellingen is veel belangrijker dan enig inzicht…”
“Een tip voor iedereen die logica (opnieuw) moet doen: ga naar de bib (of een bib) en haal “Introduction to logic” van Copi, dit handboek is (in tegenstelling tot dat van Vergauwen) kristalhelder en legt alles uit op een eenvoudige manier met dan nog eens honderden oefeningen. Ik snap nu al 5 keer zoveel op 1 dag dan ik vorig jaar in januari én in augustus samen begreep.”

Documenten

Notities & Samenvattingen

Examenvragen

Met dank aan o.a. Emma Vannerom

2020-2021 (Roger Vergauwen)

  • Leg uit: 'De logische analyse van een redenering is een interpretatieve activiteit met bijzondere (maar niet exclusieve) aandacht voor het logisch volgen.'
  • Geef de wet van de destructieve disjunctieve koppeling.
  • Geef de vier stelregels/maximes van het coöperatiebeginsel van Grice en leg kort uit.
  • Geef een definitie van drogredenen. Behoren ongeldige redeneringen hier ook toe? Waarom wel/niet?
  • Wat is en waaruit bestaat een Kripke-model? Wat is de functie ervan? Illustreer aan de hand van modale logica.
  • Bespreek het verschil tussen formalisme en intuïtionisme met betrekking tot de wet van het uitgesloten derde.
  • Geef (in woorden) een syllogisme van de vorm OOE-3. Is dit geldig? Geef eventueel de regel(s) die doorbroken werden.
  • Bewijs met de methode van Copi-Bochenski
    • 1. (x) (Ax ∧ (Bx V Cx)) –> ¬Dx Pr.
    • 2. (x) ¬Dx –> ¬Ax Pr.
    • 3. Ca Pr. Ca ∧ Aa
  • Vertaal en bewijs met elementaire redeneervormen: 'Als je ambitieus bent, bereik je nooit al je doelen. Het leven heeft alleen maar zin als je ambitieus bent. Als je al je doelen bereik, heeft het leven dus geen zin.' Geef ook de vertaalsleutel.
  • Vertaal in predicatenlogica en geef zoveel mogelijk structuur weer. Geef ook het domein en de vertaalsleutel.
    • (1) Iemand heeft een fiets geleend van iemand anders en heeft hem nog niet teruggeven.
    • (2) Niets logisch is moeilijker dan iets niet logisch
  • Ga na met de methode van falsificatie of dit een logische wet is. Zo niet, geef een substitutie van waarden waaruit dit blijkt.

2019-2020 (Roger Vergauwen)

  • Bespreek kort het probleem van het ‘logisch relativisme'
  • Wat betekent ‘formaliseren’ en wat zijn de voordelen ervan?
  • Formuleer de wet van het ‘constructief dilemma’.
  • Bevat de volgende redenering een drogreden? Zo ja, welke? “Het is niet goed dat een volk zijn eigen regering mag kiezen. Een kind mag ook niet zijn opvoeders kiezen.”
  • Wat volgt uit de waarheid van Iba voor de (on)waarheid van de andere zinnen uit het logisch vierkant? (gebruik +, - en ?)
  • Wat is een ‘toegankelijkheidsrelatie’ als onderdeel van een ‘model’ voor de intensionele (niet-waarheidsfunctionele) logica, en wat is het verschil tussen beide?
  • Illustreer tevens het belang van de ‘toegenkelijkheidsrelatie’.
  • Leg uit (en illustreer telkens met een voorbeeld) welke factoren bepaalde logica’s tot niet-klassieke logica’s maken.
  • Construeer een syllogisme (in woorden) met modus en figuur IAA-2. Is het geldig of niet? Zo niet, welke regel(s) werd(en) doorbroken?
  • Bewijs predikaatlogisch (Copi/Bochenski):
    • i. (x)(Ax → (Bx \/ (x)) Pr
    • ii. (Ǝx) (ᄀ(x /\ ᄀBx) Pr
    • ∴ ​(Ǝx) ᄀAx
  • Bewijs propositielogisch dmv elementaire redeneervormen:
    • i. (p → q) → r Pr
    • ii. (s \/ t) → (p /\ q) Pr
    • iii. s Pr
    • ∴r
  • Geef een voorbeeld van een ‘gemeenplaats van het genus’, en toon hoe de topische methode hier een discussie kan beslechten.
  • Vertaal in de predikatenlogica met identiteit. Geef zoveel mogelijk structuur weer en geef de vertaalsleutel en het domein: “Iemand die van iedereen houdt behalve van zichzelf is een altruïst.”
  • Ga na mbv ‘falsificatie’ of de volgende formule een wet is. Indien niet, geef een substitutie van waarden waaruit dit blijkt: 1) / (p /\ ᄀ(p → s))

2017-2018 (Roger Vergauwen)

  • Logisch relativisme
  • constructief dilemma
  • formalisme en intuitionisme rond uitgesloten midden
  • IAA-2 syllogisme opstellen en valideren
  • falsificatie van propositielogica oefening: directe methode
  • Wat is waarheidsfunctionaliteit, geef met een voorbeeld de niet-waarheidsfunctionaliteit aan van modale logica, hoe evalueert een kripke model dat?
  • Geef aristoteles' indeling van gemeenplaatsen schematisch weer
  • Wat zijn de elementen voor een definitie van logica in normaal taalgebruik?
  • De drogreden in “Waarom zou een volk haar leiders mogen kiezen? Een kind mag zijn opvoeders toch ook niet kiezen?”
  • Welk gevolg heeft de waarheid van Iba voor de andere zinnen uit het logisch vierkant (gebruik +, - en ?).

2015-2016 (Roger Vergauwen)

  • Wat is de opvatting over logica van Frege, vergelijk met een definitie die je kan geven vanuit het dagelijks taalgebruik.
  • Probeer een wetenschappelijke definitie van logica te geven, wat kan men hier tegen inbrengen?
  • Wat is de toegankelijkheidsrelatie en wat is het als onderdeel van een model voor de intensionele niet waarheidsfunctionele logica, toon ook het verschil aan tussen beide.
  • Geef de wet van het destructief dilemma.
  • Bevat volgende redenering een drogreden? Zo ja welke? “Harddrugs in België zouden legaal moeten worden, softdrugs kun je immers al heel lang overal kopen.”
  • Welk gevolg heeft de waarheid van Oba voor de andere zinnen uit het logisch vierkant (gebruik +, - en ?).
  • Geef het onderscheid tussen de opvatting over de waarheidswaarde van uitspraken als “de koning van Frankrijk is kaal” tussen B. Russel en P. Strawson. Welke kritiek op de traditionele logica komt hier naar voren?
  • Construeer een syllogisme in woorden met modus en figuur OEI-2. Geldig of niet? Zo niet, welke regel(s) werd(en) geschonden?
  • Bewijs propositielogisch – elementaire redeneervorm
    • 1. ¬ (p ∨ q) → ¬ r pr.
    • 2. ¬ q ∧ (q ∨ ¬ p) pr. ∴ ¬ q ∧ ¬ r
  • Bewijs predikaatlogisch (copi-bochenski methode)
    • 1. (x) (Nx → Px → Bx)) pr.
    • 2. (Ex) ( (Px ∧ Nx) ∧ Dx) pr. ∴ (Ex) (Nx ∧ Bx) ∧ Dx)
  • Wat is een ‘gemeenplaats’ volgens Aristoteles?
  • Vertaal in predikaatlogica (geef zoveel mogelijk de structuur weer + geef ook het domein weer)
    • Iemand heeft een fiets geleend en rijdt erop.
    • Als alle Leuvenaars slim zijn dan is Jan dat ook.
  • Is dit een logische wet geef weer door middel van falsificatie: ( (p ↔ q) ∨ s ›—‹ (p → (q ∧ (s/t)))

2014-2015 (Roger Vergauwen)

  • Leg uit: soms gaat de inbreng van de logicus nog verder: er is dan sprake van een constructie.
  • Vergelijk het platonisme en het intuïtionisme met betrekking tot de wet van de uitgesloten derde.
  • Wat is het verschil tussen een redeneerschema en een redeneervorm
  • Geef een voorbeeld (met woorden) van een syllogisme IOO-3 en bekijk of het aan de regels voldoet
  • Wat is het onderscheid tussen logische wetten als syncategorematisch en logische wetten als tweede intenties.
  • Geef voorbeelden van en het onderscheid tussen divisie en onterechte particularisatie
  • Geef de destructieve disjunctieve koppeling
  • Wat is en waarvoor dient een Kripke-model
  • Geef de gevolgen voor de andere mogelijke zinnen wanneer Eba negatief is.
  • Oef. falsificatie
  • Oef. Pred. log. (elementaire redeneervormen)
  • Oef. Prop. Log. (elementaire redeneervormen)
  • Geef zowel de definitie van een redenering volgens Aristoteles als de in het handboek voorgestelde vuistregel. Wat is het verschil met betrekking tot het toepassingsgebied van beide bepalingen?
  • Wat stelt het coöperatiebeginsel van Grice?
  • Wat is het praktische verschil tussen beïnvloedend taalgebruik en een verbintenis? Illustreer dit ook met een voorbeeld.
  • Welke drogreden wordt in onderstaande argumentaties gebruikt?
    1. Dat iedereen het recht heeft in onze samenleving om te zeggen wat hij of zij denkt, is een goede zaak, omdat het erg belangrijk is dat elk individu de vrijheid krijgt om zijn gedachte of mening te uiten.
    2. De jongen die Jantje altijd lastigvalt is een kleine schoft. – En Jantje dan? Per slot van rekening is hij het wel die deze jongen voortdurend aan het plagen is.
  • Wat zijn, vanuit het logisch vierkant beschouwd, subcontraire uitspraken? Geef hiervan ook een voorbeeld.
  • Wanneer is de exclusieve disjunctie onwaar?
  • In een I-zin is het predikaat normaal niet gedistribueerd. Wanneer echter wel?
  • Zet onderstaande redenering om in een syllogisme, bepaal van welke figuur het is en toon aan of het al dan niet een geldig syllogisme is: Sommige vegetariërs zijn geen rijke mensen, aangezien geen enkele slager vegetariër is en sommige rijke mensen slager zijn.
  • Bewijs door middel van elementaire redeneervormen.
    1. 	p ↔ q		pr. 
    2. 	r → s		pr.
    3. 	¬ p ˅ ¬ s	pr. .∙. ¬ (q ˄ r)
  • Evalueer volgende redeneervorm met behulp van een waarheidsboom. Wat kun je hieruit besluiten voor deze redeneervorm?
    p ↔ ¬ q
    p ˅ ¬ r
    (¬ s ˄ ¬ t) → r
    q
    s ˅ t

2007-2008 (Roger Vergauwen?)

  • Wat is formaliseren en wat zijn de voordelen?
  • Definitie redeneerschema en redeneervorm en vergelijk
  • Wat is waarheidsfunctionaliteit en toon aan met een voorbeeld waarom de tijdslogica niet waarheidsfunctioneel is.
  • Definitie logica Kant
  • Definitie gemeenplaats
  • Waarom zijn logische wetten tweede intenties?
  • Definitie contrapositie + voorbeeldoef syllogistiek: evalueer geldigheid, construeer voorbeeld en geef eventueel geschonden regels
  • oef propisitielogica (elementaire redeneervormen)
  • oef predikatenlogica (elementaire redeneervormen)
  • oef falsificatie

2006-2007 (Roger Vergauwen?)

  • Probeer een definitie te formuleren van 'logica' in het dagelijks taalgebruik

2003-2004 (Roger Vergauwen?)

  • Vergelijk de opvattingen over logica Thomas van Aquino en Gottlob Frege met mekaar.
  • Welke soort(en) van taalgebruik vindt U in: “Groen is van doen !” (uit een verkiezingstoespraak van M. Vogels (Agalev)). Motiveer kort Uw antwoord.
  • Vergelijk Aristoteles’ definitie van een redenering met de in het handboek voorgestelde ‘vuistregel’.
  • Formuleer de wet van het Destructief Dilemma:
  • Bevat volgende redenering een drogreden ? Zo ja, welke ? “Piet heeft het recht om de inhoud van zijn audiëntie met de Koning publiek te maken, want er bestaat in België toch een recht op vrije meningsuiting”
  • Wat is het verschil tussen ‘volledige’ en ‘beperkte’ omkering? Illustreer tevens met een voorbeeld.
  • Verklaar het onderscheid tussen Intuïtionisme en Platonisme in hun relatie tot de Wet van het Uitgesloten Derde ?
  • Wat is de Modus en de Figuur van volgend syllogisme? Is het geldig of niet? Zo niet, welke regel(s) werd(en) doorbroken? “Republikeinen zijn geen Democraten, dus zijn sommige Democraten welstellende personen omdat sommige welstellende personen geen Republikeinen zijn”.
  • Bewijs propositielogisch m.b.v Elementaire Redeneervormen:
    ((p → q) ^ (r → s)) ∴ ((p ^ r) → (q ^ s))
  • Ga de geldigheid na m.b.v Waarheidsbomen van:
    1. (x) (Cx     →   Ax)  Pr.
    2.  ¬ (x) (Fx   →    Ax)  Pr.
    3.  ¬ (x) (Fx    →   Cx)
  • Waardoor wordt de Aristotelische Dialectiek gekenmerkt ?
  • Geef schematisch weer welke Topoi Aristoteles onderscheidt.
  • Ga na d.m.v Falsificatie of volgende formule een logische Wet is. Zo niet, geef een substitutie van waarden waaruit dit blijkt:
    (((p → ¬ q) / r) ^ (q → ¬ p)) ↔ (p ^ ¬ q)
1)
r → s) \/ (q ↔s
opo/nl/ba1/sem1/logica.txt · Last modified: 09-07-2021 11:10 by nfk